Opinie | 'Gevangen tussen geopolitieke realiteit en de wens voor kapitaal'

Door: Rutger Marres & Jaap van den Broek

Als gepubliceerd in Het Financieele Dagblad


Staatssecretaris Derk Boswijk hield een pleidooi voor een ‘gouden aandeel’ in defensiebedrijven, en dat houdt de gemoederen bezig. In Het Debat reageren twee advocaten die er niks in zien, en twee wetenschappers die wél denken aan een rol voor de Nederlandse staat.


Onze geopolitieke realiteit vraagt om een proactieve overheid die de publieke belangen beschermt


Elisabetta Manunza is hoogleraar internationaal en Europees aanbestedingsrecht en Nathan Meershoek is universitair docent Europees recht en aanbestedingsrecht, beiden aan de Universiteit Utrecht.

Kiezen voor de staat als deelnemer in defensiebedrijven – bijvoorbeeld via een ‘gouden aandeel’ – is een breuk met het vertrouwen in het vrijemarktmodel en economische verwevenheid als stabiliserende krachten.

Die verwevenheid bracht welvaart, maar ook strategische kwetsbaarheid. Wie cruciale technologieën, grondstoffen en productieketens beheerst, kan deze inzetten als geopolitiek wapen. Dat zien we bij Russisch gas, Amerikaanse techindustrie en Chinese kritieke metalen.

Ook de dossiers Nexperia en Solvinity laten zien hoe het vrijemarktmodel botst met de veiligheidsrealiteit: om de beschikking over cruciale technologie te behouden hanteerde de overheid in deze dossiers een juridische noodrem – een rem die het gebrek aan een vooruitziende, brede veiligheidsstrategie blootlegt.


Korte versus lange termijn
Bij beleid voor de defensie-industrie draait het niet zozeer om economische aspecten als efficiëntie en competitie, maar om leveringszekerheid, handelingsruimte en strategische controle. Wat op korte termijn economisch inefficiënt is, kan op lange termijn qua veiligheid noodzakelijk zijn. Kritieke afhankelijkheden in strategische sectoren ontstaan niet spontaan; die bouwen op. Juist daarom moet Nederland die ketens actief vormgeven.

De geopolitieke uitdagingen vragen om een verschuiving van reactieve interventie naar proactieve paraatheid. Veiligheid begint niet bij incidenten. Juist in domeinen waarin Nederland sterk is – hightechsystemen, halfgeleiders, sensortechnologie en maritieme technologie – kan de vroegtijdige samenwerking tussen Defensie, kennisinstellingen, universiteiten, start-ups en industrie beter. Instellingen zoals TNO, maritiem onderzoeksinstituut Marin en het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum zijn daarin de schakels tussen kennis en toepassing.

Staatsdeelnemingen kunnen daarbij een rol spelen, mits zij onderdeel zijn van een bredere visie op de defensie-industrie, nationale veiligheid en Europese samenwerking.


Geen pleidooi voor protectionisme
Strategische autonomie is in dit verband geen pleidooi voor protectionisme. Geen Europees land kan de geopolitieke uitdagingen van deze tijd alleen aan. Maar nationale overheidsinvesteringen in strategische ecosystemen versterken juist de Europese strategische autonomie – mits ze gericht zijn op terreinen waar de Nederlandse industrie van toegevoegde waarde kan zijn in Europa.

Zo’n strategie vraagt om betere toegang tot overheidsopdrachten. Europese regels rond aanbestedingen en staatssteun bieden daarvoor ruimte en uitzonderingen, maar vergen een inbedding in het Nederlandse veiligheids- en industriebeleid die nog onvoldoende is ontwikkeld.


‘De Nederlandse benadering is vaak te terughoudend, terwijl het recht dynamisch is en ruimte biedt’


In de praktijk is de juridische benadering in Nederland vaak terughoudend, terwijl het recht dynamisch is en ruimte biedt voor contextuele overwegingen van nationale veiligheid, leveringszekerheid en technologische autonomie. Willen we onze behoefte aan technologische innovatie realiseren, dan kan dat niet zonder een vorm van juridische innovatie bij de overheid, zodat de ruimte binnen het aanbestedingskader beter wordt benut.

Een gouden aandeel in innovatieve defensiebedrijven is één instrument waarmee de overheid publieke belangen kan beschermen wanneer markten alleen dat niet kunnen. Of dit van toegevoegde waarde is, hangt ervan af of het onderdeel is van een bredere strategie, gericht op technologische ecosystemen, industriële weerbaarheid en samenwerking.

Daarbij moeten we het vrijemarktmodel als einddoel van regelgeving loslaten. De vrije markt is niet meer dan een instrument voor het bevorderen van vrede, veiligheid, welzijn, democratie en de rechtsstaat.

De geopolitieke realiteit vraagt om een actievere overheid. Alleen dan kan zij de vicieuze cirkel van strategische kwetsbaarheid doorbreken en bouwen aan een systeem waarin technologische ontwikkeling en veiligheidsbehoeften parallel lopen.

 
Buitenlandse investeerders krijgen niet zomaar toegang tot gevoelige data of cruciale technologieën


Rutger Marres en Jaap van den Broek zijn beiden advocaat bij De Zaak van Advocaten.

Staatssecretaris van Defensie Derk Boswijk bepleit een ‘gouden aandeel’ voor de staat in veelbelovende defensie- en veiligheidsbedrijven (FD, 3 juni). Zo houdt de staat zeggenschap over strategische besluiten, en voorkomt het dat bedrijven en kennis in buitenlandse handen vallen.

De zorgen van de staatssecretaris zijn terecht, maar zijn medicijn is erger dan de kwaal. Een prioriteitsaandeel in de handen van de overheid weerhoudt investeerders van investeringen in dit soort bedrijven, waardoor zij niet hun volledige potentieel kunnen benutten en doorgroeien naar de door Boswijk zo vurig gewenste volwassen ondernemingen.

Of we nu willen of niet: de harde realiteit is dat dit type maakbedrijven in grote mate afhankelijk is van (durf)kapitaal. Dit is in toenemende mate afkomstig van buitenlandse investeerders – in 2025 voor zo’n 70%.


Bestaande vangrails
Waar de redenering van de staatssecretaris en andere pleitbezorgers van een ‘gouden aandeel’ mank gaat is dat de aanwezigheid van een buitenlandse investeerder an sich al een risico voor de nationale veiligheid vormt. Wanneer buitenlandse partijen investeren in Nederlandse bedrijven, verkrijgen zij in de regel geen controlerende zeggenschap of rechten tot het intellectueel eigendom. Dat probleem ontstaat pas bij een verkoop van de onderneming, bijvoorbeeld bij Solvinity.

De gedachte om bij veelbelovende bedrijven op zo’n scenario te willen voorsorteren is begrijpelijk. Maar dat ondermijnt de vangrails die al bestaan. De afgelopen jaren tuigde de staat al veel wetten op om toetsing van buitenlandse partijen die willen investeren op de Nederlandse markt mogelijk te maken, waarvan de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet Vifo) de voornaamste is. Recent adviseerde de bevoegde autoriteit – het Bureau Toetsing Investeringen – nog tegen de overname van Solvinity door een Amerikaanse partij, en in 2025 bedong de staat een prioriteitsaandeel bij IT-bedrijf Fox Crypto, dat werd overgenomen door het Zweedse CR Group.

Zo zijn er legio mogelijkheden voor staatsinterventie in gevoelige bedrijfssectoren. Een prioriteitsaandeel in een vroege fase is daarmee prematuur en werkt verstikkend.


Een rol als klant
De meest effectieve rol die de overheid bij een groeiend bedrijf kan spelen, ligt ook het meest voor de hand: als klant. Bewezen inkomsten zijn het krachtigste signaal dat een start-up aan investeerders kan afgeven. Bovendien kan de staat als klant wel degelijk voorwaarden stellen: aan verantwoorde productontwikkeling, aan welke partijen nog meer mag worden geleverd, en door simpelweg op te zeggen bij een wijziging in de zeggenschap van het bedrijf.

Daarnaast kan de staat uiteraard als ‘gewone’ aandeelhouder investeren, zoals al gebeurt via publieke investeerders als Invest-NL en regionale ontwikkelingsmaatschappijen.


‘Defensiebedrijven hebben vooral ook zelf een plicht om na te denken over hoe zij hun bestuur inrichten’


Waar de overheid via wetgeving kaders stelt om de nationale veiligheid te waarborgen, hebben defensie- en veiligheidsbedrijven een maatschappelijke plicht om zelf kritisch na te denken over hoe zij hun bestuur en toezicht inrichten. Vanwege de aard van de sector waarin zij actief zijn, is het noodzakelijk dat zij een balans bewaken tussen verantwoorde productontwikkeling enerzijds, en groei en rendement anderzijds.

Via een eigen onafhankelijk orgaan met specifieke goedkeuringsrechten borgt de onderneming dat commerciële belangen zorgvuldig worden afgewogen tegen ethische standaarden en bredere belangen.

Met goede (technische) universiteiten en een ecosysteem van defensie-, dual-use- en deeptechstart-ups dat zeer snel professionaliseert, heeft Nederland een uitstekende uitgangspositie, mits we deze bedrijven toegankelijk houden voor buitenlands kapitaal. Een ‘gouden aandeel’ zet daar een onnodige rem op.


Lees het artikel hier

Singel 126

1015 AE Amsterdam

info@dezaakvanadvocaten.nl

Kantoorhandboek

©2026 De Zaak van Advocaten

Singel 126

1015 AE Amsterdam

info@dezaakvanadvocaten.nl

Kantoorhandboek

©2026 De Zaak van Advocaten

Singel 126

1015 AE Amsterdam

info@dezaakvanadvocaten.nl