Koplopers #1 - maart 2026

Jaap van den Broek

Op 27 maart organiseren we samen met De Balie een avond over het Nederlandse vestigingsklimaat.




Dit doen we niet alleen, maar samen met vriendin van de show Ingrid Romijn (CEO Q*Bird), Rinke Zonneveld (CEO Invest-NL), Sophie Heijenberg (Graduate Ventures) en Arnoud Boot (Hoogleraar Ondernemingsfinanciering en Financiële Markten, UvA) die hieronder uitgebreid aan het woord komt.

Tickets bestel je hier




Rondom dit event interviewen wij de sprekers en andere Koplopers, zodat je dieper inzicht krijgt in wat hen drijft en waarom ze doen wat ze doen. Koplopers zijn onderscheidende founders, investeerders, beleidsmakers en denkers uit ons netwerk die de overgang naar De Nieuwe Economie mogelijk maken. Deze gesprekken doen wij met Ronne Theunis (journalist van het Financieel Dagblad).




Koploper: Prof. Dr. Arnoud Boot




Het is twee voor twaalf voor onze economie, stelt het rapport-Wennink dat in december uitkwam. Onzin, stelt Hoogleraar Ondernemingsfinanciering en Financiële Markten Arnoud Boot. ‘Nederland is welvarender dan ooit, maar de vraag is: hoe houden we dat vast?’





Knelpunten als personeelstekort, netcongestie en geopolitieke concurrentie vormen structurele belemmeringen voor bedrijven die in Nederland willen groeien, investeren en concurreren.

We moeten het bekijken vanuit de lange termijn, niet vanuit paniek. Nederland loopt als een tierelier. We zijn welvarender dan ooit, maar de vraag is: hoe houden we dat vast?

Om het toekomstige verdienvermogen van Nederland te versterken, pleit oud-ASML-topman Peter Wennink in zijn rapport voor hervormingen van het belastingstelsel en urgente investeringen van honderden miljarden euro’s. “Maar een economisch beleid dat je vandaag invoert, heeft nooit effect op morgen”, stelt Arnoud Boot. “We moeten het bekijken vanuit de lange termijn, niet vanuit paniek. Nederland loopt als een tierelier. We zijn welvarender dan ooit, maar de vraag is: hoe houden we dat vast? Wat we nodig hebben, zijn vernieuwende bedrijven, die met hun innovaties de grote opgaven van deze tijd helpen aanpakken. Dat soort bedrijven zorgt ook voor een hogere productiviteit, wat het tekort op de arbeidsmarkt verkleint. Bovendien bepalen vernieuwende activiteiten in toenemende mate het succes van Nederlandse bedrijven op de internationale markt.”

Hand boven het hoofd

Cruciaal voor een gunstig vestigingsklimaat is dan ook ruimte bieden aan innovatie, zegt Boot. “Maar hoewel Nederland zich graag profileert als koploper, biedt de overheid in de praktijk te weinig kansen aan bedrijven die zich richten op nieuwe ontwikkelingen. In plaats daarvan houden ze gevestigde bedrijven via allerlei lobby’s de hand boven het hoofd met voorkeursbehandelingen, staatssteun en inadequate handhaving. Daar kunnen startups en scale-ups niet tegenop. Zo ontstaat een vicieuze cirkel, want wie niet aan tafel zit, kan ook niet lobbyen. En door de bescherming van bestaande spelers blijft arbeidskracht en kapitaal daar vastzitten en krijgen innovatieve bedrijven niet de mogelijkheid om te floreren.”


Maar hoewel Nederland zich graag profileert als koploper, biedt de overheid in de praktijk te weinig kansen aan bedrijven die zich richten op nieuwe ontwikkelingen.


Het zijn volgens Boot ook juist de startende ondernemingen die aanlopen tegen de barrières binnen de interne markt. “Dat probleem ligt vaak niet bij Brussel, maar bij de lidstaten zelf, die verschillende normen en eisen hanteren. Grote bedrijven kunnen daarmee omgaan: zij hebben schaal en juridische capaciteit. Maar kleinere bedrijven kunnen niet aan 27 verschillende varianten van feitelijk dezelfde regel voldoen. Dat houdt nieuwkomers tegen en daarmee vernieuwing.”

Ecosysteem

Boot vindt het Europese Letta-rapport uit 2024 daarom interessanter dan het enkel op Nederland gerichte rapport van Wennink. “De strategische autonomie van Europa is belangrijk, maar die houdt niet op bij de Nederlandse grens. De interne markt functioneert pas als je de grenzen echt open gooit. De Benelux heeft laten zien dat internationale samenwerking economisch werkt. Als je bijvoorbeeld de kennisregio’s Eindhoven, Leuven en Aken als één ecosysteem ziet, maak je het als vestigingsgebied aantrekkelijker voor techbedrijven uit heel Europa. Bovendien los je er knelpunten als congestie, woningnood en arbeidsmarkttekorten mee op.”


Maar kleinere bedrijven kunnen niet aan 27 verschillende varianten van feitelijk dezelfde regel voldoen. Dat houdt nieuwkomers tegen en daarmee vernieuwing.


Een investeringsbank is een goed idee, maar niet in de rol van ‘industrieel ontwerper’, vindt Boot. “De markt moet bepalen waar de kansen liggen, niet de overheid. Het risico moet ook liggen bij degenen die ook het profijt hebben: de markt dus. Een goede reden voor zo’n investeringsbank is het beter kunnen beteugelen van de onvoorspelbaarheid van de overheid. Bedrijven moeten ervan uit kunnen gaan dat als ze investeren in - bijvoorbeeld - waterstof-infrastructuur, die infrastructuur vijf jaar later daadwerkelijk is aangelegd. Plaats die investeringsbank daarom liever op afstand van de overheid en sluit ook private financiers aan, zodat het dagelijkse gerommel in de Tweede Kamer minder vat heeft op de uitvoer van projecten. Op die manier functioneert de investeringsbank als een commitment device voor het concreet behalen van langetermijndoelen.”

Risico nemen

Boven alle economische vraagstukken hangt wat Boot betreft nog een bredere en belangrijkere vraag. “Hoe krijgen we Nederland ondernemender? Ons land mist ondernemersgeest. De meeste mensen zetten hun geld liever op stilstaande spaarrekeningen dan het te beleggen of te investeren. Als ik op een zonnige dinsdag langs overvolle terrassen fiets, vraag ik me af of er nog iemand aan het werk is. Wanneer zijn mensen bereid om risico te nemen? Welke omstandigheden en prikkels zijn daar voor nodig?


Plaats die investeringsbank daarom liever op afstand van de overheid en sluit ook private financiers aan, zodat het dagelijkse gerommel in de Tweede Kamer minder vat heeft op de uitvoer van projecten.


Het is goed dat er veel wordt geïnvesteerd in onze technische universiteiten, maar ondernemerschap is primair een sociaal fenomeen. Sociale wetenschappen zouden daarom minstens zoveel aandacht moeten krijgen. Daarna volgt technologie vanzelf, want mensen die willen vernieuwen, zoeken overal de beste kansen. Uiteindelijk komt innovatie van ondernemers, niet van rapporten.”




En wat deden we verder deze maand?




Wij adviseerden BurgerReserve bij de inrichting van hun steward-ownership structuur en het ophalen van opstartfinanciering. BurgerReserve zet zich in voor een weerbare samenleving door burgers op te leiden die in de eerste uren van een crisis weten hoe zij kunnen handelen voor zichzelf en hun omgeving. Ook adviseerden wij QDNL Participations en Cottonwood bij de eerste investeringsronde in QT Sense. QT Sense ontwikkelt een baanbrekend quantum sensing platform waarmee in levende cellen realtime vrije radicalen en cellulaire stress op nanoschaal worden gemeten.




Verder was Jaap op de State of Dutch Tech om medestanders te vinden voor de digitale soevereiniteit van Nederland en werd Sophie geïnterviewd door Het Advocatenblad over het door haar opgerichte vrouwennetwerk “Op Komst”.








Tenslotte (mede omdat je het einde van deze post hebt gehaald) willen we je graag voorstellen aan Rein en Matcha die ons op dagelijkse basis door onze werkzaamheden leiden!



Singel 126

1015 AEAmsterdam

info@dezaakvanadvocaten.nl

Kantoorhandboek

©2026 De Zaak van Advocaten

Singel 126

1015 AEAmsterdam

info@dezaakvanadvocaten.nl

Kantoorhandboek

©2026 De Zaak van Advocaten

Singel 126

1015 AEAmsterdam

info@dezaakvanadvocaten.nl